BRUSSEL – EU-lidstaten blijven verdeeld over het idee om aankopen met name in Europa te doen. Dat blijkt voorafgaand aan een bijeenkomst van EU-ministers over concurrentiekracht. Het idee van de zogeheten Made in Europe-aanpak is dat publieke aanbestedingen in Europa blijven, bijvoorbeeld voor tech, defensie of de industrie.
“Ik ben absoluut voorstander van het beschermen van bepaalde gevoelige Europese producten”, zei de Duitse minister Katherina Reiche (Economische Zaken). “Maar we kunnen partners zoals Canada en India niet uitnodigen om met ons te handelen en tegelijkertijd zeggen dat we alleen in Europa kopen.” Zij stelt dat er een Made with Europe-aanpak nodig is, in plaats van een Made in Europe.
Frankrijk, grootste voorstander van Made in Europe, is niet tegen “uitwisselingen en discussies met een aantal vertrouwde partners”, aldus minister Sébastien Martin (Industrie). “Maar onze prioriteit is dat Europees publiek geld naar Europese industrieën gaat.”
Te afhankelijk
Nederland is niet per se voorstander van strenge Made in Europe-inkoopeisen, onder meer omdat bepaalde sectoren te afhankelijk zouden zijn van import van buiten de EU. Ook zijn er vanuit Nederland zorgen over extra regeldruk voor ondernemers bij een algehele eis om in Europa in te kopen.
Wetgeving van de Europese Commissie over de Europese industrie is deze week uitgesteld, omdat er onenigheid is over hoe streng Made in Europe-eisen daarin moeten zijn. De Commissie is nu van plan het wetgevingsvoorstel volgende week te presenteren.



