DEN HAAG – Investeerders hebben in het vierde kwartaal van vorig jaar de meeste woningen verkocht sinds 2021, meldt het Kadaster. Daarmee zet de verkoopgolf van woningen door investeerders duidelijk door.
In totaal verkochten investeerders ruim 20.700 huizen, een stijging van 5,3 procent ten opzichte van een jaar eerder. Tegelijkertijd kochten ze bijna 8900 huizen, wat neerkomt op een daling van 4 procent. Het verschil tussen het aantal verkochte en aangekochte woningen door investeerders neemt sinds 2023 toe. Dit komt onder andere door strengere regels voor verhuur in dat jaar, waardoor verhuren minder aantrekkelijk is.
Eigenaren die zelf in de woning gaan wonen, kopen steeds vaker huizen die voorheen in handen waren van investeerders. Eigenaar-bewoners waren landelijk goed voor 16 procent van de aankopen van voormalige investeerderswoningen. Begin 2021 lag dat aandeel nog rond de 7 procent.
In de grote steden Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag ligt het percentage aanzienlijk hoger. Daar was in het vierde kwartaal van vorig jaar bijna 28 procent van de woningaankopen door eigenaar-bewoners voorheen in het bezit van een investeerder. In 2021 was dit 13 procent.
Daarnaast verkopen investeerders hun huizen over het algemeen voor een lagere prijs dan eigenaar-bewoners. Vooral buiten de grote steden is dit verschil het grootst. Daar betaalden eigenaar-bewoners gemiddeld 360.000 euro voor een woning van een investeerder. Kochten ze van een andere eigenaar-bewoner, dan betaalden ze gemiddeld 141.000 euro meer.
In heel 2025 kochten investeerders 27.000 woningen, en verkochten ze 65.000 woningen. Aan het begin van dit jaar was 9 procent van de woningvoorraad in handen van investeerders. Begin 2024 was dit nog 9,4 procent. Vooral in de vier grote steden is het bezit van particuliere investeerders afgenomen.



