DEN HAAG – De Raad van State heeft geoordeeld dat een aan een vennootschap opgelegde boete wegens overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet terecht is opgelegd. Het hoger beroep van het bedrijf tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Limburg is ongegrond verklaard. Daarmee blijft de boete van 4.050 euro definitief in stand. Dat blijkt uit een uitspraak van vandaag woensdag 21 januari 2026.
De zaak draait om een arbeidsongeval dat op 1 december 2021 plaatsvond tijdens het laden van zogenoemde leibomen op een vrachtwagentrailer. Bij de werkzaamheden waren een werknemer, een vrachtwagenchauffeur en een snuffelstagiair betrokken. De bomen werden met een loader opgehesen en richting de trailer bewogen, waar de chauffeur ze in ontvangst nam. Tijdens het manoeuvreren reed de loader tegen de linkervoet van de stagiair, die daarbij meerdere middenvoetsbeentjes brak en twee nachten in het ziekenhuis moest verblijven.
Boete wegens overtreding Arbowet en Arbobesluit
De minister van Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde de vennootschap eind 2022 een boete van 4.500 euro op wegens overtreding van artikel 7.17c, zesde lid, van het Arbobesluit en artikel 9, eerste lid, van de Arbowet. Volgens de minister had de werkgever onvoldoende veiligheidsmaatregelen getroffen bij het werken met mobiele arbeidsmiddelen en was het arbeidsongeval bovendien niet gemeld.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van het bedrijf eerder deels gegrond en verlaagde de boete naar 4.050 euro, maar liet de overtredingen zelf in stand. Tegen die uitspraak ging de vennootschap in hoger beroep.
Stagiair valt onder Arbowet
In hoger beroep stelde het bedrijf onder meer dat de stagiair niet onder het gezag van de vennootschap viel en dat er wel degelijk voldoende instructies en toezicht waren. Ook zou de stagiair zelf uit de werkzone zijn gestapt en later zijn teruggekeerd.
De Raad van State volgt die redenering niet. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de werkgever verantwoordelijk blijft voor veilige werkomstandigheden in de werkzone van de loader. Zonder een risico-inventarisatie en een uitgewerkte veilige werkwijze kunnen instructies en toezicht niet als voldoende worden beschouwd.
Daarnaast bevestigt de Raad van State dat stagiairs onder de reikwijdte van de Arbowet vallen wanneer zij werkzaamheden verrichten onder het feitelijk gezag van een bedrijf. Dat de school van de stagiair ook betrokken was, doet daar volgens de Afdeling niet aan af.
Hoger beroep ongegrond
De Raad van State concludeert dat de rechtbank de beroepsgronden terecht heeft verworpen en bevestigt de eerdere uitspraak. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.



