LONDEN – De Britse marine heeft eerder dit jaar Russische onderzeeboten geschaduwd die belangrijke onderzeese kabels en pijpleidingen zouden hebben willen bespioneren en mogelijk saboteren. De drie onderzeeërs dropen na een maand af, ogenschijnlijk zonder schade te hebben aangericht, zegt defensieminister John Healey.
Britse oorlogsschepen, vliegtuigen en helikopters ontdekten en volgden de aanvalsonderzeeër en twee spionage-onderzeeërs in de noordelijke Atlantische Oceaan, in internationale wateren waar het VK nog economische rechten heeft. De aanvalsonderzeeër was bedoeld om de aandacht af te leiden van de twee andere vaartuigen, denkt het VK. Toen de Britten en hun bondgenoten, onder wie Noorse collega’s, duidelijk maakten dat de operatie niet langer geheim was, vertrokken de Russen weer. De operatie nam volgens Healey meer dan een maand in beslag.
“Tegen president Poetin zeg ik: we zien jullie”, zei Healey donderdag. Pogingen om cruciale infrastructuur te beschadigen laat het VK niet over zijn kant gaan en zullen “ernstige gevolgen” hebben, waarschuwde de minister. Hij wilde niet kwijt wat die repercussies zouden kunnen zijn. Samen met bondgenoten gaat het VK nog na of er inderdaad geen schade is.
Yantar
De twee spionageonderzeeërs die rondhingen bij cruciale infrastructuur waren van GUGI, het Russische militaire instituut dat ook het onderzoeksschip Yantar geregeld laat rondvaren in Europese wateren. Westerse landen beschouwen de Yantar al langer als spionageschip.
De Britse regering trekt nog eens omgerekend 115 miljoen euro uit voor patrouillevliegtuigen die onderzeeërs kunnen opsporen. De wateren ten noorden van het VK vormen de toegang voor Russische onderzeeërs tot de open zee. Daar en in de Noordzee liggen tal van cruciale kabels en pijpleidingen.




