De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft bepaald dat de gemeente Hulst alsnog binnen twee weken een besluit moet nemen over een handhavingsverzoek rond overlast van vrachtverkeer. De rechtbank stelt daarnaast een dwangsom vast omdat de gemeente te laat heeft beslist.
Klacht over vrachtwagens bij woning
Twee inwoners dienden in september 2025 een handhavingsverzoek in bij het college van burgemeester en wethouders van Hulst. Volgens hen vinden op een perceel structureel activiteiten plaats die niet passen binnen de woonbestemming, zoals het dagelijks parkeren en rijden van vrachtwagens en aanhangers.
Omdat de gemeente niet tijdig een besluit nam, stapten de bewoners naar de rechter.
Rechter: gemeente te laat
De rechtbank oordeelt dat het beroep van de bewoners gegrond is. De gemeente had uiterlijk 8 december 2025 een besluit moeten nemen, maar deed dat niet. Nadat de bewoners de gemeente in gebreke hadden gesteld, verstreek ook de wettelijke termijn zonder besluit.
Daarom moet de gemeente nu binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit nemen.
Dwangsom kan oplopen tot 15.000 euro
Als de gemeente opnieuw te laat is, moet zij een dwangsom betalen van 100 euro per dag, met een maximum van 15.000 euro.
Daarnaast heeft de rechtbank vastgesteld dat de gemeente al een bestuurlijke dwangsom van 1.442 euro verschuldigd is vanwege het eerdere uitblijven van een besluit.
Vergoeding voor bewoners
Ook moet de gemeente het griffierecht van 200 euro aan de bewoners vergoeden en een proceskostenvergoeding van 467 euro betalen.
De uitspraak werd op 3 april 2026 gepubliceerd.




