HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerTransportbedrijf in mestfraudezaak in hoger beroep grotendeels vrijgesproken, wel boete voor afgifte...

Transportbedrijf in mestfraudezaak in hoger beroep grotendeels vrijgesproken, wel boete voor afgifte afvalstoffen

ARNHEM – Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft een transportbedrijf in hoger beroep vrijgesproken van beschuldigingen rond vals opgemaakte vervoersbewijzen voor dierlijke meststoffen en het gebruik daarvan. Wel is het bedrijf veroordeeld voor het afgeven van bedrijfsafvalstoffen aan een onderneming die niet bevoegd was die stoffen te ontvangen. Het hof legde daarvoor een volledig voorwaardelijke geldboete op van 1.000 euro op, met een proeftijd van een jaar.

De zaak draaide om meerdere verdenkingen. In eerste aanleg was het transportbedrijf nog veroordeeld voor valsheid in geschrifte, het gebruik van valse vervoersbewijzen dierlijke meststoffen en het overtreden van milieuregels. De rechtbank legde toen een geldboete van 25.000 euro op. Het hof komt nu tot een andere conclusie en vernietigt dat vonnis.

Vrijspraak voor mestdocumenten

Volgens het hof is niet wettig en overtuigend bewezen dat het bedrijf betrokken was bij het valselijk opmaken van vervoersbewijzen dierlijke meststoffen of het gebruik daarvan. Dat geldt zowel voor de zogeheten boer-boertransporten als voor transporten waarbij op de documenten steeds mestcode 50 was vermeld.

Het hof oordeelt dat onvoldoende kan worden vastgesteld door wie de betreffende vervoersbewijzen zijn ingevuld en of de ten laste gelegde mesttransporten daadwerkelijk fictief waren. Ook voor de verdenking rond mengmest met mestcode 50 ziet het hof onvoldoende bewijs voor opzet op valsheid in geschrifte. Volgens het hof kan een onvolledig ingevuld vervoersbewijs in deze zaak niet zonder meer als vals worden aangemerkt.

Wel veroordeling voor uienwater en proceswater

Het hof acht wel bewezen dat het transportbedrijf in de periode van 13 januari 2016 tot en met 12 mei 2017 opzettelijk bedrijfsafvalstoffen heeft afgegeven aan een bedrijf dat niet bevoegd was die te ontvangen. Het ging daarbij om uienwater en proceswater afkomstig van het wassen van aardappelen.

Volgens het hof moeten deze stoffen juridisch worden aangemerkt als bedrijfsafvalstoffen en beschikte de ontvanger niet over de vereiste registratie om die afvalstoffen in te zamelen of te verwerken. Het hof stelt vast dat het transportbedrijf en een andere onderneming daarbij nauw en bewust hebben samengewerkt.

Lagere straf door beperkte milieuschade en lange duur zaak

Bij het bepalen van de straf hield het hof rekening met het feit dat de afgegeven stoffen weliswaar in aanzienlijke hoeveelheden zijn vervoerd, maar niet zonder meer schadelijk zijn voor het milieu. Ook woog mee dat de strafzaak negatieve gevolgen heeft gehad voor de onderneming, onder meer in de relatie met banken en in het kader van de Wet Bibob.

Daarnaast stelde het hof vast dat de redelijke termijn van berechting ruimschoots is overschreden, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. Daarom volstaat het hof met een volledig voorwaardelijke geldboete van 1.000 euro, met een proeftijd van één jaar.

Transportrisico

Van der Lee

MEER NIEUWS

Transportrisico

Van der Lee