ROTTERDAM – Een pluimveehouder heeft met succes beroep ingesteld tegen een boete van 1.500 euro wegens vermeende overbelading van kuikens tijdens transport. De Rechtbank Rotterdam oordeelt dat onvoldoende is bewezen dat de dieren te weinig vloeroppervlak hadden en vernietigt daarom de boete.
De sanctie was opgelegd door de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur na een controle van de NVWA op 7 maart 2024 bij Pluimveeslachterij C. van Miert. Volgens het rapport van bevindingen zouden in een lade van een vrachtwagen 35 kuikens zijn vervoerd, terwijl 32 kuikens waren gepland. De inspecteur concludeerde dat sprake was van een overbelading van 6,72 procent.
Te weinig bewijs voor overschrijding norm
De rechtbank stelt echter vast dat die conclusie onvoldoende is onderbouwd. Voor het berekenen van de beladingsdichtheid woog de toezichthouder slechts 10 van de 35 kuikens in een lade. Volgens de pluimveehouder is dat onvoldoende, omdat er binnen het ras aanzienlijke gewichtsverschillen kunnen bestaan tussen hanen en hennen.
De rechter volgt dat verweer. Uit de overgelegde groeicurve van het vleeskuikenras Ross bleek volgens de rechtbank dat het verschil in gewicht tussen hanen en hennen op 42 dagen kan oplopen tot 500 gram. Omdat in het rapport niet is vastgelegd welke individuele kuikens zijn gewogen, kan niet worden vastgesteld dat de steekproef representatief was voor alle 35 dieren in de lade.
Daar komt bij dat de NVWA in de procedure erkende dat de oppervlakte van de gebruikte lades groter was dan aanvankelijk in het rapport was vermeld. Ook dat speelt mee in de beoordeling van de berekende overbelading.
Foto bood onvoldoende steun
De rechtbank oordeelt verder dat ook de overige waarnemingen in het rapport onvoldoende bewijs opleveren. De toezichthouder had beschreven dat de kuikens dicht op elkaar zaten, op elkaar zaten en geen ruimte hadden om zich te verplaatsen. Maar de bijgevoegde foto laat volgens de rechtbank slechts een beperkt deel van de krat zien en ondersteunt de conclusie van overbelading onvoldoende.
Omdat niet vaststaat dat de beladingsnorm is overtreden, was de minister niet bevoegd om de boete op te leggen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en herroept ook het oorspronkelijke boetebesluit. Daarmee vervalt de boete volledig.
De minister moet daarnaast het betaalde griffierecht van 385 euro vergoeden en 3.200 euro aan proceskosten betalen aan de pluimveehouder. Tegen de uitspraak kan nog hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.




