HomeTRANSPORTNIEUWSWegvervoerTransportbedrijf verliest hoger beroep over boetes bij vervoer dierlijke bijproducten

Transportbedrijf verliest hoger beroep over boetes bij vervoer dierlijke bijproducten

DEN HAAG – Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft geoordeeld dat een transportbedrijf terecht boetes opgelegd heeft gekregen voor meerdere overtredingen bij het vervoer van dierlijke bijproducten. Het hoger beroep van het bedrijf is ongegrond verklaard. Wel krijgt het bedrijf een schadevergoeding van 1.500 euro wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De zaak draaide om drie afzonderlijke boetezaken. In één geval ging het om het ontbreken van een handelsdocument bij het vervoer van mest, waarbij de route deels over Belgisch grondgebied liep. In een tweede zaak ontbraken op een voertuig met categorie 1-materiaal de verplichte aanduidingen. In de derde zaak werd kippenmest niet afgedekt vervoerd en ontbrak op het vervoermiddel de vereiste categorie 2-aanduiding.

Handelsdocument verplicht bij route via België

Volgens het CBb mocht de minister voor het eerste transport een boete opleggen, omdat dierlijke bijproducten tijdens vervoer vergezeld moeten gaan van een handelsdocument. Dat leverancier en afnemer beide in Nederland waren gevestigd, maakte dat volgens het College niet anders, omdat het transport deels door België liep.

Het College benadrukte dat het handelsdocument van belang is voor de traceerbaarheid van dierlijke bijproducten binnen de Europese Unie. Autoriteiten in een andere lidstaat moeten bij een calamiteit direct over de relevante informatie kunnen beschikken. Een Nederlands vervoersbewijs dierlijke meststoffen was daarvoor in dit geval niet voldoende.

Ook binnen Nederland gelden eisen voor aanduiding

In de tweede boetezaak oordeelde het College dat het bedrijf terecht was beboet omdat op een tankwagen met categorie 1-materiaal de verplichte aanduidingen ontbraken. Het ging om afvalwater dat van Nederland naar België werd vervoerd. Volgens het College gelden de eisen voor etikettering en markering gedurende het gehele transport, dus ook al tijdens het Nederlandse deel van de rit.

Dat de chauffeur de sticker wel in het voertuig had, maar niet op de wagen had aangebracht, doet daar volgens het College niet aan af. Het transportbedrijf had als vervoerder de feitelijke controle over het vervoer en was daarom aan te merken als exploitant in de zin van de Europese regels.

Boete voor onafgedekte kippenmest blijft staan

Ook de boete voor het vervoer van onafgedekte kippenmest en het ontbreken van de categorie 2-aanduiding blijft in stand. Het College oordeelde dat ook bij binnenlands vervoer aan deze voorschriften moet worden voldaan. Dat niet is vastgesteld dat daadwerkelijk mest verloren is gegaan, maakt volgens het CBb niet dat het risico voor diergezondheid en milieu ontbrak.

Daarnaast mocht de minister de boete in deze zaak verhogen wegens recidive. Volgens het College was sprake van eenzelfde overtreding als in een eerdere zaak, omdat in beide gevallen geen categorie-aanduiding op het voertuig was aangebracht.

Hoorplicht geschonden, maar gevolgen blijven uit

Het CBb stelde wel vast dat de hoorplicht in bezwaar was geschonden. Toch leidt dat niet tot vernietiging van het besluit. Volgens het College is voldoende aannemelijk dat het bedrijf daardoor niet is benadeeld, omdat het zijn standpunten later alsnog schriftelijk en mondeling naar voren heeft kunnen brengen.

Schadevergoeding wegens te lange procedure

De procedure duurde te lang. Daarom kent het College het transportbedrijf een aanvullende immateriële schadevergoeding van 1.500 euro toe. Eerder had de rechtbank al 500 euro toegekend. Ook moet de Staat 467 euro aan proceskosten vergoeden.

Transportrisico

Van der Lee

MEER NIEUWS

Transportrisico

Van der Lee