HAARLEM – Een voormalig vrachtwagenchauffeur in opleiding moet ruim € 6.300 aan opleidingskosten terugbetalen aan een transportopleider. Dat blijkt uit een vandaag gepubliceerde uitspraak van de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland.
De uitspraak zelf dateert van 10 december 2025, maar werd op 16 maart 2026 openbaar gemaakt.
Renteloze lening voor rijopleiding
De transportopleider had de kosten voor de opleiding tot CE-chauffeur voorgeschoten op basis van een opleidingsovereenkomst. Het ging om een bedrag van in totaal € 6.925, inclusief extra rijlessen en herexamens.
Volgens de overeenkomst moest de cursist deze kosten terugbetalen, onder meer door gedurende een periode via een uitzendovereenkomst werkzaamheden te verrichten. Na 52 weken werken zou een eventuele restschuld deels worden kwijtgescholden.
De betrokken chauffeur slaagde in maart 2024 voor de opleiding, maar werkte vervolgens slechts korte tijd bij verschillende opdrachtgevers. Zo werd een eerste plaatsing na enkele weken beëindigd omdat de chauffeur het werk te zwaar vond. Ook latere plaatsingen werden op eigen initiatief stopgezet.
Factuur en incassotraject
Omdat niet aan de voorwaarden voor kwijtschelding was voldaan, stuurde de opleider eind 2025 een factuur voor de resterende opleidingskosten van € 6.395,37. Toen betaling uitbleef, startte het bedrijf een procedure bij de kantonrechter.
De chauffeur voerde onder meer aan dat het aangeboden werk niet passend was, dat vooraf onvoldoende informatie was verstrekt en dat de financiële risico’s niet goed waren te overzien. Ook stelde de chauffeur dat de kosten niet konden worden terugbetaald vanwege de persoonlijke financiële situatie.
Rechter: terugbetalingsverplichting blijft gelden
De kantonrechter oordeelde dat geen sprake was van een ongeldig studiekostenbeding en dat de opleidingsovereenkomst duidelijk maakte dat de kosten in beginsel moesten worden terugbetaald. Volgens de rechter had de opleider bovendien voldoende inspanningen verricht om passend werk aan te bieden.
Dat de chauffeur het werk fysiek te zwaar vond, was onvoldoende onderbouwd en leidde niet tot het vervallen van de terugbetalingsplicht. Ook de financiële situatie van de chauffeur vormde geen reden om van terugbetaling af te zien.
De rechter veroordeelde de chauffeur daarom tot betaling van:
- € 6.395,37 aan opleidingskosten, vermeerderd met wettelijke rente;
- € 694,77 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- € 1.476,78 aan proceskosten.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de opleider het bedrag direct kan innen, ook als nog hoger beroep wordt ingesteld.




