UTRECHT – De inzet van flitscamera’s bij spoorwegovergangen leidt tot een duidelijke daling van het aantal overtredingen. Sinds de start van de handhaving in februari 2024 zijn op meerdere locaties forse verbeteringen zichtbaar, terwijl de maatregel ook directe gevolgen heeft voor transportbedrijven en beroepschauffeurs.
Volgens spoorbeheerder ProRail staan inmiddels op 32 van de geplande 44 risicovolle overwegen flitscamera’s. Op dit moment zijn 30 camera’s daadwerkelijk in handhavingsstand, terwijl twee locaties nog in de testfase zitten. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat financiert de verdere uitrol; de resterende camera’s moeten uiterlijk medio 2027 geplaatst zijn.
Overtredingen fors gedaald
De eerste resultaten laten zien dat het aantal overtredingen op sommige overwegen met tot wel 60 procent is afgenomen. ProRail spreekt van een indrukwekkend effect, dat bijdraagt aan een veiligere verkeerssituatie voor zowel weg- als treinverkeer.
De daling volgt vaak een herkenbaar patroon: in de eerste maanden na invoering van de handhaving neemt het aantal overtredingen snel af, waarna een nieuw, lager niveau ontstaat. Toch blijven er locaties waar het effect achterblijft of waar weggebruikers zich nog steeds gevaarlijk gedragen door rode knipperlichten te negeren of door te rijden bij dalende overwegbomen.
Tussen februari 2024 en eind 2025 werden in totaal ongeveer 33.000 overtredingen geregistreerd. ProRail noemt dat aantal nog altijd schrikbarend hoog en roept weggebruikers op om te stoppen wanneer waarschuwingslichten knipperen.
Relevantie voor transportsector
Voor transportbedrijven is de uitbreiding van flitscamera’s van groot belang. Vrachtwagenchauffeurs passeren regelmatig spoorwegovergangen en een overtreding leidt direct tot een boete en mogelijke verstoring van de bedrijfsvoering.
De boete voor motorvoertuigen bedraagt 320 euro, terwijl bestuurders van brom- en snorfietsen en speedpedelecs 220 euro betalen. Volgens brancheorganisatie TLN is alert rijgedrag bij overwegen daarom essentieel om zowel de veiligheid als de continuïteit van logistieke processen te waarborgen.
Verder onderzoek naar gedrag
Op locaties waar het aantal overtredingen minder snel daalt, onderzoekt ProRail welke factoren een rol spelen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de inrichting van de weg, de zichtbaarheid van de overweg en de verkeersdrukte. Ook seizoensinvloeden lijken mee te spelen; in de zomermaanden kan het aantal overtredingen tijdelijk stijgen door recreatief verkeer en toeristen die minder bekend zijn met de situatie.
Naast handhaving zet ProRail ook in op andere maatregelen om de veiligheid te vergroten, zoals het saneren van risicovolle overwegen en de aanleg van tunnels of bruggen. De opgedane kennis uit het onderzoek moet helpen om maatregelen gerichter toe te passen en zo het aantal incidenten verder terug te dringen.
TLN benadrukt dat verbeterde veiligheid noodzakelijk is, maar wijst er tegelijkertijd op dat oplossingen werkbaar moeten blijven voor beroepschauffeurs die dagelijks met spoorwegovergangen te maken hebben.




