DEN HAAG – Volkswagen en Volvo waarschuwen dat de aanhoudende oorlog in het Midden-Oosten de vraag naar auto’s bedreigt. Tegelijkertijd worstelen de autofabrikanten met importheffingen, wisselvallige verkoop van elektrische voertuigen en een terugval in de verkoop in China.
“We zien al in veel markten dat het consumentenvertrouwen afneemt,” zegt Martin Sander op een evenement voor de autoindustrie in Londen. Sander is verantwoordelijk voor de verkoop van auto’s van Volkswagen en van merken die onder hetzelfde moederbedrijf vallen. “We hadden al veel onzekerheid onder consumenten en dit voegt natuurlijk nog een laag van bezorgdheid toe.”
De topman van BMW Oliver Zipse zei donderdag tegen Bloomberg dat de oorlog geen invloed heeft gehad op de toeleveringsketens of de verkoop van het bedrijf. “Op dit moment hebben we geen onderbrekingen in onze productie of in onze markten”, aldus Zipse. Hoewel de toeleveringsketens nog niet zijn geraakt door het conflict met Iran, zijn de economische activiteiten in het Midden-Oosten “in feite stilgevallen”, zei Sander.
De directrice van Volvo in het Verenigd Koninkrijk, Nicole Melillo Shaw, zei dat ze bang is dat door onzekerheid bij consumenten de aankoop van auto’s flink vertraagd of zelfs stopt. “Als ik het niet per se nodig heb en ik ook te maken heb met andere zorgen, zoals stijgende kosten van levensonderhoud, dan koop ik misschien geen nieuwe auto”, aldus Shaw.
De verkopen van Europese automakers op de Europese markt staan ook onder druk. Concurrerende Chinese automakers winnen steeds meer klanten met goedkopere elektrische modellen, waardoor de verkoopcijfers van Europese fabrikanten verder worden bedreigd.




