ROTTERDAM – Een transportbedrijf heeft terecht een bestuurlijke boete van 3.000 euro gekregen voor het vervoeren van een rund dat niet geschikt was voor transport. Dat oordeelt de rechtbank Rotterdam in een op 11 maart 2026 gepubliceerde uitspraak.
Volgens de rechtbank staat voldoende vast dat het rund voorafgaand aan het transport niet in staat was zich op eigen kracht pijnloos te bewegen. Daarmee was het dier niet transportwaardig en is de vervoerder in strijd gehandeld met de Wet dieren en de Europese transportregels voor dieren.
De zaak draaide om een controle van de NVWA op 4 april 2024. Een chauffeur van het transportbedrijf bracht toen een zwarte stier naar een slachtlocatie in Epe. De toezichthoudend dierenarts constateerde dat het dier stram liep en met een afwijkende gang van de wagen kwam. Bij nader onderzoek zag de dierenarts onder meer dat de stier tekenen van pijn vertoonde, zoals een apathische houding, een hangende kop en oren naar achteren. Ook bleek dat het dier de rechter achterpoot nauwelijks belastte en bij het draaien zelfs op drie poten stond.
Na slacht werd verder onderzoek gedaan aan de klauw van de rechter achterpoot. Daarbij werd een ernstige klauwaandoening vastgesteld, die door de toezichthouder werd herkend als teenpuntnecrose. Volgens de dierenarts ging het om een zeer pijnlijke en chronische aandoening, waarbij onder meer necrose en pus werden waargenomen. De rechtbank volgt de conclusie dat deze aandoening al minimaal drie dagen aanwezig moet zijn geweest.
Het transportbedrijf voerde aan dat de chauffeur bij het laden geen kreupelheid had gezien en dat de stier mogelijk pas tijdens het transport klachten had ontwikkeld. Ook werden verklaringen van de chauffeur en de veehouder overgelegd. De rechtbank gaat daar niet in mee en kent meer gewicht toe aan de bevindingen van de toezichthoudend dierenarts van de NVWA, die volgens de rechtbank over de benodigde expertise beschikt.
Ook het verweer dat sprake was van een lichtgewond of ziek dier, dat toch vervoerd mocht worden als het transport geen extra lijden veroorzaakt, slaagt niet. De rechtbank wijst erop dat uit het rapport en de videobeelden juist blijkt dat de stier niet normaal op vier poten kon staan of lopen. Daarmee viel het dier niet onder deze uitzondering.
De boete bleef uiteindelijk op 3.000 euro staan. Het standaardbedrag voor deze overtreding bedraagt 1.500 euro, maar werd verdubbeld omdat het bedrijf binnen vijf jaar al eerder onherroepelijk was beboet voor eenzelfde overtreding. Volgens de rechtbank is die recidiveverhoging niet onredelijk en is het boetebedrag evenredig.
Het beroep van het transportbedrijf is daarom ongegrond verklaard.




