DEN HAAG – Veel Nederlandse bedrijven zijn nog onvoldoende op de hoogte van hun verplichtingen onder de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). Dat blijkt uit een inspectieweek van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), waarbij meer dan 260 bedrijven zijn bezocht.
De inspectie kondigt aan ook dit jaar opnieuw langs te gaan bij bedrijven om het bewustzijn rond de UPV-regels te vergroten.
Steeds meer UPV-regelingen
Voor onder meer verpakkingen, autowrakken en elektronische apparatuur bestaan al enkele jaren UPV-systemen. De afgelopen jaren is het aantal regelingen sterk toegenomen. Zo gelden inmiddels ook UPV-verplichtingen voor textiel en voor batterijen en accu’s.
De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid houdt in dat producenten en importeurs verantwoordelijk zijn voor de volledige levenscyclus van hun producten: van productie tot en met inzameling en recycling van afgedankte producten. Het systeem is bedoeld om de circulaire economie te bevorderen en de milieubelasting te beperken. De ILT ziet toe op naleving van deze regels.
Toezicht en handhaving
De ILT verzamelt het hele jaar door informatie over UPV-systemen en onderhoudt contact met producentenorganisaties. Daarnaast controleert de inspectie of bedrijven voldoen aan inzamel- en recyclingverplichtingen.
Zo loopt er een handhavingstraject tegen Stichting Verpact vanwege het niet halen van de inzamelnorm voor plastic flessen. Ook is verscherpt toezicht ingesteld bij Stichting Open wegens het niet behalen van de inzamelnorm voor elektronisch en elektrisch afval.
Vorig jaar voerde de inspectie extra controles uit bij bedrijven in de textielsector en bij fietsenmakers die werken met fietsbatterijen.
Grote onbekendheid bij textielbedrijven en fietsenmakers
Tijdens de recente inspectieweek controleerde de ILT 125 fietsenmakers die met fietsbatterijen werken. Slechts een klein percentage bleek goed op de hoogte van de UPV-regelgeving en de regels voor het beheer van gevaarlijk afval. Slechts 10 procent gaf aan batterijen af te dragen aan een producentenorganisatie.
Ook in de textielsector bleek sprake van aanzienlijke onbekendheid. Meer dan 135 textielbedrijven werden bezocht. Bij ruim 80 procent van de bedrijven waarmee over de UPV Textiel werd gesproken, was deze regeling onbekend. Daarnaast wist een groot deel niet dat producenten en importeurs van textiel zich moeten melden bij Rijkswaterstaat.
“Het aantal bedrijven dat niet bekend is met de regels over UPV verraste ons, omdat er wel een verplichting is om producten in te zamelen en te recyclen. Je kan dit zelf doen of via een producentenorganisatie. Je moet je in elk geval aanmelden”, aldus een inspecteur van de ILT.
Nieuwe controles in 2026
De ILT heeft de bevindingen gedeeld met brancheverenigingen en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, in de verwachting dat bedrijven beter worden geïnformeerd over hun verplichtingen.
Ook in 2026 blijft de inspectie toezien op naleving van de UPV-regels, onder meer via een nieuwe inspectieweek. Daarbij kunnen naast textielbedrijven en fietsenmakers ook andere sectoren waarvoor een UPV geldt worden gecontroleerd.
Specifiek voor de UPV Textiel heeft de ILT bedrijven die zich nog niet hebben gemeld bij Rijkswaterstaat aangeschreven. Producenten en importeurs van textiel moeten uiterlijk 31 juli 2026 rapporteren over het hergebruik en de recycling over het jaar 2025.
Daarnaast richt de inspectie zich op zogenoemde refurbishers: bedrijven die gebruikte batterijen reviseren en daarbij vaak een nieuwe batterij samenstellen. In dat geval worden zij als producent van een nieuwe batterij aangemerkt en zijn zij verantwoordelijk voor de kwaliteit en veiligheid van het product.




