DEN HAAG – De afzetprijzen van de Nederlandse industrie waren in januari 1,9 procent lager dan in januari 2025. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In december bedroeg de prijsdaling op jaarbasis nog 1,4 procent.
De ontwikkeling hangt sterk samen met de lagere olieprijzen. In januari kostte een vat ruwe North Sea Brent bijna 55 euro, ruim 27 procent minder dan een jaar eerder. In december lag de prijs op 52,5 euro per vat, bijna 25 procent lager dan een jaar eerder.
Aardolie en chemie flink goedkoper
De producten van de aardolie-industrie waren in januari 15,8 procent goedkoper dan een jaar eerder. In december lag de daling op 12,0 procent.
Ook de chemische industrie zag de afzetprijzen verder teruglopen. In januari lagen deze 5,8 procent lager dan een jaar eerder, tegen een daling van 4,5 procent in december. De prijsontwikkeling in deze sector hangt doorgaans nauw samen met de olieprijs.
Verschillen per sector
Binnen de industrie zijn de verschillen groot. Machines waren in januari 4,2 procent duurder dan een jaar eerder. Metaalproducten stegen met 2,4 procent en auto’s met 1,7 procent.
Kunststof- en rubberproducten bleven vrijwel stabiel (+0,1 procent). Daartegenover stonden prijsdalingen bij elektrotechnische producten (-3,0 procent), voedingsmiddelen (-4,2 procent), chemie (-5,8 procent) en aardolie (-15,8 procent). De acht grootste bedrijfsklassen samen zijn goed voor bijna drie kwart van de totale industrie.
Prijzen maand op maand omhoog
Ten opzichte van december 2025 stegen de afzetprijzen van de industrie in januari met 0,9 procent. Op de buitenlandse markt gingen de prijzen met 1,2 procent omhoog, op de binnenlandse markt met 0,6 procent.
Hoewel de prijzen op maandbasis dus aantrokken, liggen de industriële afzetprijzen op jaarbasis nog duidelijk lager, vooral door de sterke daling van de olieprijzen. Voor sectoren als transport en logistiek kan dat via brandstof- en productiekosten doorwerken in de kostenstructuur.



