DEN HAAG – Een verdachte is veroordeeld voor medeplegen van doodslag op een 17-jarige jongen op de Rijswijkseweg in Den Haag op 6 mei 2021. Dat heeft het Gerechtshof Den Haag vandaag beslist. De man krijgt een gevangenisstraf van acht jaar en zes maanden. Twee andere verdachten zijn door het hof vrijgesproken van betrokkenheid bij het delict.
Op 6 mei 2021 werd een 17-jarige jongen doodgestoken op de Rijswijkseweg in Den Haag. De Rechtbank Den Haag veroordeelde eerder zeven personen tot uiteenlopende gevangenisstraffen voor betrokkenheid bij de dood van de jongen. Twee mannen werden door de rechtbank vrijgesproken.
Van de zeven door de rechtbank veroordeelde personen gingen drie in hoger beroep. Het Haagse hof heeft vandaag uitspraak gedaan in deze drie zaken.
Dader al onherroepelijk veroordeeld
Vast staat dat één van de mannen die niet in hoger beroep is gegaan het slachtoffer met een mes heeft gestoken, waardoor de jongen om het leven is gekomen. Deze man is onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaar.
Het hof moest beoordelen of de drie verdachten die wél in hoger beroep zijn gegaan door hun handelen strafrechtelijk betrokken waren bij het feit.
Geen medeplegen moord maar doodslag
In de zaak tegen de eerste verdachte oordeelt het hof – anders dan de rechtbank – dat geen sprake is van medeplegen van moord, maar van medeplegen van doodslag. Volgens het hof is er onvoldoende bewijs dat de verdachte vooraf een plan had of wist van een plan om het slachtoffer te doden.
De opgelegde straf valt, mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn, lager uit dan de straf die de rechtbank eerder oplegde. Het hof veroordeelt hem tot acht jaar en zes maanden gevangenisstraf.
De vorderingen van de nabestaanden zijn deels toegewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard.
Twee verdachten vrijgesproken
In de zaken tegen de twee andere verdachten komt het hof eveneens tot een ander oordeel dan de rechtbank. Zij worden vrijgesproken, omdat zij zich op een daartoe geëigend moment hebben teruggetrokken uit de groep en daarmee geen wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan de uitvoering van het delict.
De benadeelde partijen zijn in deze zaken niet-ontvankelijk verklaard.



