VENLO – Het College van Gedeputeerde Staten (GS) van Limburg heeft antwoord gegeven op vragen van de SP-fractie in Provinciale Staten over de plannen van VidaXL om 600 arbeidsmigranten te huisvesten op Greenport in Venlo. De vragen werden op 19 januari 2026 gesteld. Op 10 februari beantwoordde GS niet alleen de vragen van de SP, maar ook die van BBB, PVV en VVD over hetzelfde onderwerp.
Volgens GS vormt arbeidsmigratie een belangrijk onderdeel van de Nederlandse en Limburgse economie. Uit diverse rapporten blijkt dat er met name in Noord- en Midden-Limburg een grote huisvestingsopgave ligt voor circa 80.000 arbeidsmigranten. Het college spreekt van een nijpende situatie.
In het provinciale omgevingsbeleid wordt huisvesting van arbeidsmigranten aangemerkt als ‘wonen’, ongeacht de verblijfsduur. In principe is wonen alleen toegestaan in bestaand bebouwd gebied. Tegelijkertijd stelt GS dat het strikt vasthouden aan dat beleid, gezien de grote behoefte aan huisvesting, kan leiden tot ongewenste maatschappelijke situaties.
Reguliere woningen en tijdelijke huisvesting
Met gemeenten is afgesproken dat arbeidsmigranten die zich langer of permanent vestigen – naar schatting circa 70 procent – in reguliere woningen moeten worden gehuisvest. Deze moeten worden opgenomen in gemeentelijke en regionale woningbouwprogramma’s. Voor shortstay-arbeidsmigranten kunnen tijdelijke woonvormen worden ingezet, bij voorkeur binnen bestaand bebouwd gebied.
Als dat niet mogelijk blijkt, is de provincie bereid mee te denken over tijdelijke huisvesting buiten bestaand bebouwd gebied, maar uitsluitend onder strikte voorwaarden.
Vergunning en lopende procedure Raad van State
De gemeente Venlo verleende eerder een vergunning aan VidaXL voor de huisvesting van 600 arbeidsmigranten voor een periode van tien jaar. Tegen dat besluit is de vereniging Behoud de Parel in beroep gegaan. De zaak ligt momenteel bij de Raad van State.
Op 2 januari en 26 februari 2025 diende VidaXL een nieuw plan in voor een tijdelijke vergunning van 25 jaar. Omdat deze ontwikkeling niet past binnen de instructieregels van de Omgevingsverordening Limburg, moet de gemeente Venlo een verzoek tot ontheffing indienen bij GS. Daarbij moet worden aangetoond dat naleving van de verordening de gemeente onevenredig belemmert in de uitvoering van haar wettelijke taken.
De provincie heeft laten weten dat een van de voorwaarden voor een eventuele ontheffing is dat de looptijd van de vergunning wordt beperkt tot maximaal 15 jaar.
Voorwaarden voor ontheffing
GS heeft een brief met voorwaarden gestuurd aan Greenport, VidaXL en de gemeente Venlo. Die brief was aanvankelijk niet openbaar, maar is op verzoek van Provinciale Staten alsnog gepubliceerd en als bijlage toegevoegd aan de beantwoording.
De provincie is bereid mee te werken aan de plannen, mede vanwege de eerder verleende omgevingsvergunning en de huidige en verwachte druk op de huisvesting van arbeidsmigranten in Venlo. Wel stelt de provincie als voorwaarde dat de gemeente Venlo een structurele oplossing biedt voor de huisvestingsproblematiek. Diezelfde voorwaarde werd eerder gesteld bij twee andere plannen in Venlo (Verlengde Roobeekweg Arcen en Celsiusweg Trade Port), maar volgens GS is daar tot op heden nog niet aan voldaan.
Paul Geurts, voorzitter van de Werkgroep Huisvesting Arbeidsmigranten en betrokken bij de juridische procedure tegen de plannen, vraagt zich af hoe een ontheffing voor maximaal 15 jaar bijdraagt aan een structurele oplossing. “Je mag toch verwachten dat Venlo ruim binnen die 15 jaar zo’n structurele oplossing biedt. Anders laat de provincie een en ander toch gewoon op zijn beloop gaan….”, aldus Geurts.
Wonen in plaats van shortstay
Om te voorkomen dat arbeidsmigranten bij het beëindigen van hun contract direct op straat komen te staan, blijft de provincie vasthouden aan het uitgangspunt dat huisvesting een vorm van “wonen” moet zijn, en niet op basis van shortstay- of logiescontracten zoals VidaXL voorstaat.
Volgens GS wordt bij shortstay vaak gebruikgemaakt van een uitzondering in het Burgerlijk Wetboek, waardoor huurbescherming en huurprijsbescherming niet van toepassing zijn. Ook zijn gemeenten terughoudend bij handhaving van de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur als sprake is van logies. Het kabinet heeft inmiddels een wetsvoorstel opgesteld om deze praktijk te beperken; dat moet nog door het parlement worden behandeld.
Beheer, registratie en verblijfsduur
De provincie stelt als aanvullende voorwaarden dat afspraken worden gemaakt over beheer, registratie en informatievoorziening. Arbeidsmigranten moeten worden geregistreerd in een nachtregister en in het RNl. De gemeente moet toezien op maximale verblijfsduur en periodieke, onaangekondigde controles uitvoeren. Jaarlijks moet hierover worden gerapporteerd aan de provincie.
Voor shortstay geldt dat de aaneengesloten verblijfsduur maximaal vier maanden bedraagt en de totale verblijfsperiode niet langer dan één jaar. Voor langer verblijf moet alternatieve, permanente huisvesting worden geregeld. In huurcontracten moet een overgangsperiode van minimaal vier weken na beëindiging worden opgenomen. Ook adviseert de provincie een percentage kamers vrij te houden voor crisisopvang.
Daarnaast moeten arbeidsmigranten toegang hebben tot winkels en basisvoorzieningen en moet de locatie beschikken over faciliteiten om te koken, wassen, drogen en recreëren.
Windmolens en mogelijke hinder
Een van de bezwaren van Behoud de Parel is dat de geplande huisvesting direct onder twee windmolens zou komen te liggen. Op vragen hierover antwoordt GS dat er geen specifieke nationale normen voor windturbines bestaan en dat de provincie zelf geen aanvullende regels heeft vastgelegd. Gemeenten kunnen wel lokale normen stellen.
Als voorwaarde voor een eventuele ontheffing verlangt de provincie een analyse van milieu-, gezondheids- en leefbaarheidsrisico’s door de nabijheid van de windmolens. Mocht er sprake zijn van klachten over geluid of slagschaduw, dan is het aan de gemeente Venlo om daarop te handhaven.
Volgens Geurts leert de praktijk echter dat arbeidsmigranten vanwege hun afhankelijke positie zelden klachten indienen. “Dakloosheid is dan hun lot!”, aldus Geurts.
Dubbele petten
In een uitzending van Nieuwsuur werd gesteld dat de provincie mogelijk dubbele petten draagt, omdat zij aandeelhouder is van Greenport en daarmee financieel belang zou hebben bij de verkoop van de kavel. GS stelt in haar beantwoording dat de aandeelhouderspositie geen rol heeft gespeeld bij de afweging en dat financiële belangen en publieke taken strikt van elkaar zijn gescheiden.



