Clicky

maandag 9 februari 2026 - 12:33 uur
HomeColumnsJuridische ColumnVrachtwagenheffing dwingt tot herziening van transportcontracten

Vrachtwagenheffing dwingt tot herziening van transportcontracten

Per 1 juli wordt in Nederland de vrachtwagenheffing van kracht. Voor vervoerders is dit een moment om bestaande contractuele afspraken kritisch te bekijken.

Op 1 juli 2026 start de vrachtwagenheffing in Nederland. Vanaf die datum betalen eigenaren per gereden kilometer op vrijwel alle snelwegen en op een aantal provinciale en gemeentelijke wegen. De hoogte van de heffing is afhankelijk van gewicht en emissieklasse: hoe schoner en lichter het voertuig, hoe lager het tarief.

Tegelijkertijd verdwijnen of wijzigen bestaande lasten. De motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens tot 12.000 kilo vervalt volledig. Voor vrachtwagens van 12.000 kilo en zwaarder wordt deze belasting aanzienlijk verlaagd. Ook het Eurovignet voor Nederland stopt per 1 juli 2026.

Voor wie geldt de heffing?

De vrachtwagenheffing geldt voor Nederlandse én buitenlandse vrachtwagens in de categorieën N2 en N3. Het gaat om voertuigen met een technische maximummassa van meer dan 3.500 kilo. Daarbij maakt het geen verschil waarvoor het voertuig wordt gebruikt, noch of het voertuig leeg rijdt of beladen is.

Heeft u een vrachtwagen in de categorie N2 of N3, dan heeft u vanaf 1 juli een contract met een aanbieder van boordapparatuur (tolkastje) nodig én moet dit tolkastje correct zijn geïnstalleerd en geactiveerd.

Ontheffing en vrijstelling

In een beperkt aantal gevallen kan een ontheffing of vrijstelling gelden. Zo kunnen vrachtwagens van 40 jaar en ouder (oldtimers) in aanmerking komen voor een ontheffing. Ook voertuigen van politie en brandweer zijn uitgezonderd. Daarnaast bestaat er onder voorwaarden een vrijstelling voor emissievrije vracht- en bestelwagens tot en met 4.250 kilo. Deze uitzonderingen zijn limitatief en strikt gereguleerd.

Juridische verplichting tot een tolkastje

De vrachtwagenheffing brengt een verplichting mee om het voertuig uit te rusten met een geldig en correct functionerend tolkastje (on-board unit), oók als deze alleen op wegen rijdt waar geen vrachtwagenheffing geldt. Het ontbreken van een werkend tolkastje is een zelfstandig beboetbare overtreding. Handhaving vindt plaats door bevoegde toezichthouders en kan leiden tot bestuurlijke boetes. In uitzonderlijke gevallen kunnen handhavingsinstanties daarnaast aanvullende maatregelen inzetten, zoals het stilleggen van het voertuig totdat het tolkastje correct functioneert.

De wetgever verplicht vervoerders daarmee feitelijk tot het aangaan van een overeenkomst met een geautoriseerde aanbieder van boordapparatuur. Vervoerders kunnen kiezen tussen een internationale EETS-aanbieder (European Electronic Toll Service), waarvan het tolkastje in meerdere Europese landen kan worden gebruikt, of de nationale aanbieder NedLinq, waarvan het tolkastje uitsluitend in Nederland functioneert. Contractuele voorwaarden, aanvullende diensten en beëindigingsbepalingen verdienen in beide gevallen zorgvuldige juridische toetsing.

Kostenverhaal op de opdrachtgever: contractueel aandachtspunt

Een kernvraag is of en in hoeverre de kosten van de vrachtwagenheffing juridisch kunnen worden doorbelast aan de opdrachtgever. De heffing leidt in essentie tot een kostenverhoging voor de vervoerder. Bij bestaande contracten kan het zijn dat deze kosten al zijn verdisconteerd, bijvoorbeeld doordat partijen expliciet rekening hebben gehouden met toekomstige wettelijke lasten of prijsaanpassingsmechanismen zijn overeengekomen.

Ontbreekt een dergelijke regeling, dan komt al snel de vraag op of een beroep op onvoorziene omstandigheden mogelijk is. Dat beroep zal in de praktijk echter weinig kans van slagen hebben, nu de invoering van de vrachtwagenheffing al geruime tijd voorzienbaar en publiekelijk aangekondigd was.

Tegen deze achtergrond is het raadzaam om:

  • Vervoerovereenkomsten en algemene voorwaarden waar nodig en mogelijk aan te passen;
  • te werken met een transparante toeslag of indexeringsmechanisme;
  • voor nieuwe contracten verdient het aanbeveling om de vrachtwagenheffing uitdrukkelijk als doorbelastbare kostenpost op te nemen.

Tot slot

De vrachtwagenheffing is geen louter fiscale maatregel, maar grijpt diep in op de contractuele verhoudingen binnen de transportketen. Wie nalaat tijdig juridische aanpassingen door te voeren, loopt niet alleen handhavingsrisico’s, maar ook het risico dat de extra kosten niet verhaalbaar blijken. Juist daarom is dit het moment om contracten kritisch te herzien.


Deze column is geschreven door Mr. E.P.J. (Erwin) Mazaira, advocaat bij Yur Advocaten

Yur Advocaten B.V.
Oostmaaslaan 59-71
3063 AN ROTTERDAM
T +31(0) 85 20 30 50

Transportrisico

Van der Lee

MEER NIEUWS

Transportrisico

Van der Lee

Vraag & Aanbod