ZWOLLE – De Rechtbank Overijssel heeft een vrachtwagenchauffeur vrijgesproken van het veroorzaken van een verkeersongeval met schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. De rechtbank acht wel bewezen dat de chauffeur gevaar op de weg heeft veroorzaakt en legt hem daarvoor een geldboete van € 1.000 op. Dat blijkt uit een vonnis dat op 3 februari 2026 is uitgesproken.
Het ongeval vond plaats op 26 juli 2024 op de N50 bij Kampen. De verdachte reed daar als bestuurder van een vrachtwagencombinatie toen hij een voor hem ontstane file te laat opmerkte. Hij botste vervolgens op een personenauto, waarna een kettingbotsing ontstond met nog een tweede voertuig.
Geen aanmerkelijke schuld
Volgens de rechtbank is sprake geweest van een kort moment van onoplettendheid, maar dat is onvoldoende om te spreken van aanmerkelijke schuld zoals vereist voor een veroordeling op grond van artikel 6 WVW 1994. De chauffeur verklaarde dat hij het stilstaande verkeer niet tijdig zag doordat hij een viaduct opreed en ‘even niet bij de gedachten was’. Bijkomende omstandigheden die schuld zouden kunnen opleveren, zijn volgens de rechtbank niet vastgesteld.
Daarom werd de chauffeur vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit, dat betrekking had op het veroorzaken van een verkeersongeval met (zwaar) letsel.
Wel gevaar op de weg
De rechtbank oordeelt wel dat de chauffeur met zijn rijgedrag gevaar op de weg heeft veroorzaakt, wat strafbaar is onder artikel 5 WVW 1994. Daarbij weegt mee dat hij als beroepschauffeur met een beladen vrachtwagen reed en bekend was met de drukte op dit deel van de N50.
Bij het ongeval liep één van de inzittenden van de betrokken personenauto’s een gebroken elleboog op. Andere betrokkenen hielden klachten aan nek, schouders en rug over aan de aanrijding.
Geldboete, geen rijontzegging
De officier van justitie had een taakstraf en een rijontzegging geëist, maar de rechtbank achtte dat niet passend. Gezien de beperkte mate van verwijtbaarheid, het tijdsverloop en het blanco strafblad van de chauffeur, volstond de rechtbank met een geldboete van € 1.000. Een ontzegging van de rijbevoegdheid werd niet opgelegd.



