DEN HAAG – Minder midden- en kleinbedrijven hadden in 2025 behoefte aan nieuwe externe financiering, maar ondernemers die wel financiering zochten, kregen die vaker toegewezen dan in eerdere jaren. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), gebaseerd op de Financieringsmonitor.
Volgens het CBS had in 2025 ongeveer 15 procent van de mkb-bedrijven behoefte aan nieuwe externe financiering, zoals een banklening. In 2019 lag dat aandeel nog op 20 procent. Van de bedrijven die daadwerkelijk vervolgstappen zetten, slaagde in 2025 55 procent erin om financiering aan te trekken. Dat is hoger dan in 2019, toen 51 procent van de zoekende bedrijven succesvol was.
Hogere slagingskans bij aanvragen
Het financieringsproces bestaat uit meerdere stappen: behoefte, oriëntatie, aanvraag en toekenning. Van de bedrijven die in 2025 een financieringsaanvraag indienden, kreeg uiteindelijk 93 procent het aangevraagde bedrag geheel of gedeeltelijk toegekend. In 2019 lag dit percentage nog op 84 procent.
Hoewel minder ondernemers financiering nodig hebben, is de kans op succes voor bedrijven die een aanvraag indienen dus duidelijk toegenomen.
Minder aanvragen door vrouwelijke ondernemers
Uit aanvullend onderzoek van het CBS over de periode 2022–2024 blijkt dat vrouwelijke ondernemers minder vaak een financieringsaanvraag doen dan mannelijke ondernemers. Daardoor doorlopen zij het volledige financieringsproces minder vaak met succes. Het aandeel vrouwelijke ondernemers dat financiering nodig heeft en deze uiteindelijk ook krijgt, ligt op 35 procent, tegenover 47 procent bij mannelijke ondernemers.
Het verschil wordt vooral veroorzaakt doordat vrouwelijke ondernemers in 47 procent van de gevallen een aanvraag indienen, terwijl mannelijke ondernemers dat in 59 procent van de gevallen doen. Het CBS benadrukt dat het verschil dus vooral zit in de stap om daadwerkelijk financiering aan te vragen, en niet zozeer in de beoordeling door geldverstrekkers.
De cijfers geven inzicht in de financieringspositie van het mkb, waaronder ook transport- en logistieke ondernemingen vallen, in een periode waarin investeringen onder meer nodig zijn voor verduurzaming en modernisering.



