UTRECHT – De Rechtbank Midden-Nederland heeft geoordeeld dat het plaatsen van een mobiele telefoon op het stuur, waarbij de bestuurder deze met een vinger of hand op zijn plek houdt, onder het verbod op het vasthouden van een telefoon tijdens het rijden valt. Dat blijkt uit een uitspraak die op 29 januari 2026 is gepubliceerd.
De zaak draaide om een boete van € 350 die was opgelegd aan een transportonderneming vanwege een overtreding met een bedrijfsvoertuig op 18 oktober 2022 in Lelystad. De bestuurder werd verweten tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden, in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990.
Telefoon gebruikt voor navigatie
Volgens de bestuurder werd de telefoon uitsluitend gebruikt voor navigatie, omdat de ingebouwde systemen in nieuwe vrachtwagens niet goed functioneerden. De telefoon lag naar eigen zeggen op het stuur, met de duim op de hoes, terwijl de andere hand niet werd gebruikt om het toestel te bedienen.
De kantonrechter ging daar niet in mee. Op basis van de verklaring van de verbalisant en bestaande jurisprudentie oordeelde de rechtbank dat sprake was van ‘vasthouden’. Daarbij verwijst de rechter naar vaste rechtspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin is bepaald dat het begrip vasthouden ruim moet worden uitgelegd in het belang van de verkeersveiligheid. Ook het enkel fysiek op zijn plaats houden van een telefoon is voldoende om van een overtreding te spreken, ongeacht of het toestel wordt gebruikt om te bellen of voor navigatie.
Boete wel gematigd
Hoewel de overtreding volgens de rechtbank terecht is vastgesteld, is de boete wel verlaagd. De kantonrechter stelde vast dat de redelijke termijn voor afhandeling van de zaak is overschreden. Daarom werd de sanctie met 25 procent gematigd, van € 350 naar € 262,50, exclusief administratiekosten.
Daarnaast moet het Openbaar Ministerie een proceskostenvergoeding van € 453,50 betalen aan de betrokkene.



