DEN HAAG – In de periode 2021–2023 heeft ruim 5 procent van de middelgrote en grote bedrijven een deel van hun activiteiten naar het buitenland verplaatst. Dat komt neer op ongeveer 1 op de 20 bedrijven. Kostenbesparing is daarbij de belangrijkste drijfveer. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuw onderzoek.
Het onderzoek richtte zich op bedrijven met minstens 50 werkzame personen in de nijverheid en energie en in de commerciële dienstverlening. Bedrijven die volledig uit Nederland zijn vertrokken, zijn buiten beschouwing gelaten; alleen gedeeltelijke verplaatsingen zijn meegenomen.
Kosten en strategische keuzes belangrijkste motieven
Naast de circa 600 bedrijven die daadwerkelijk activiteiten naar het buitenland verplaatsten, overwoog nog eens bijna 200 bedrijven (ongeveer 2 procent) een dergelijke stap. De meest genoemde redenen zijn besparing op loonkosten (73 procent), strategische besluiten van het moederbedrijf (66 procent) en andere kostenbesparingen dan loonkosten (61 procent). Ook een tekort aan geschikt personeel in Nederland speelt voor 44 procent van de bedrijven een rol.
Factoren als milieubeleid, de coronapandemie en sancties tegen Rusland werden door bedrijven beduidend minder vaak genoemd als reden om activiteiten te verplaatsen.
Administratie en management vaakst verplaatst
Van de bedrijven die activiteiten naar het buitenland verhuisden, verplaatste 54 procent administratie en management. Ook productie (33 procent), marketing, sales en klantenservice (30 procent) en ICT-diensten (26 procent) worden relatief vaak verplaatst. Transport en logistiek is bij 17 procent van de verplaatsende bedrijven een van de activiteiten die naar het buitenland werd overgebracht.
Verplaatsingen vooral binnen de EU
De meeste bedrijven kozen ervoor om activiteiten binnen de Europese Unie onder te brengen. 68 procent van de verplaatsingen bleef binnen de EU. Daarnaast werd relatief vaak gekozen voor het Verenigd Koninkrijk (20 procent), India (17 procent) en Noord-Amerika (16 procent). Naar China werd vooral productie verplaatst, terwijl richting India met name administratie, management en ICT-diensten verhuisden.
ICT-sector relatief koploper
Relatief gezien verplaatsten bedrijven in de ICT-sector het vaakst activiteiten naar het buitenland (14 procent), gevolgd door de industrie (7 procent). In absolute aantallen vonden de meeste verplaatsingen plaats in de industrie (165 bedrijven) en de groot- en detailhandel (120 bedrijven). In sectoren als energie, delfstoffenwinning, water, afvalbeheer en de bouw kwamen verplaatsingen nauwelijks voor.
Volgens het CBS blijven wettelijke en administratieve belemmeringen en onzekerheid over kwaliteit belangrijke redenen voor bedrijven om activiteiten juist níet naar het buitenland te verplaatsen.



