ZUTPHEN – De rechtbank Gelderland heeft een vrachtwagenchauffeur veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar voor opzetverkrachting, meermalen gepleegd, waarbij sprake was van dwang en het misbruik maken van fysiek en psychisch overwicht. Dat overwicht bestond volgens de rechtbank uit de verstandelijke beperking van het slachtoffer en de daarmee samenhangende kwetsbaarheid, waardoor zij niet in staat was om weerstand te bieden. De uitspraak is gedaan op 8 januari 2026 en gepubliceerd op 16 januari 2026.
Slachtoffer aangetroffen in cabine vrachtwagen
De zaak draait om gebeurtenissen op 4 mei 2025 in Neede en Haaksbergen. Agenten kwamen die dag bij een vrachtwagen op de Industrieweg in Neede, waar ook de ouders van het slachtoffer aanwezig waren nadat zij melding hadden gedaan van vermissing. Nadat agenten hadden aangeklopt, deed de verdachte de deur van de vrachtwagen open. Tijdens het gesprek kwam vervolgens een vrouw uit het slaapvertrek van de cabine; dat bleek het slachtoffer te zijn. Zij huilde en verklaarde dat zij door de man was meegenomen en dat zij dingen had moeten doen die zij niet wilde.
Verklaringen en steunbewijs
De verdachte verklaarde dat er geen sprake was van dwang of geweld en dat hij niets had gemerkt van een beperking bij het slachtoffer. Zijn advocaat pleitte voor vrijspraak en stelde dat voor de verdachte onvoldoende kenbaar was dat het slachtoffer haar wil niet kon bepalen of niet in staat was om duidelijk te maken dat zij geen seksuele handelingen wilde.
De rechtbank stelde vast dat de seksuele handelingen zoals omschreven in de tenlastelegging hebben plaatsgevonden. De vraag was vervolgens of sprake was van dwang en of de verdachte wist dat het slachtoffer dit niet wilde. De rechtbank wees erop dat zedenzaken vaak bewijstechnisch lastig zijn, omdat er meestal geen getuigen zijn en verklaringen tegenover elkaar staan. Daarom is steunbewijs nodig naast de verklaring van het slachtoffer.
Volgens de rechtbank was die steun er. Zo sloten onderdelen van de verklaring van het slachtoffer aan bij de verklaring van de verdachte en bij bevindingen van agenten. Daarnaast speelde het telefoongebruik van het slachtoffer mee: haar moeder belde haar die middag en avond herhaaldelijk (twaalf keer), maar het slachtoffer nam niet op en reageerde ook niet op appjes. Uit onderzoek aan de telefoon bleek bovendien dat er in de betreffende periode geen uitgaande gesprekken of berichten waren. Het slachtoffer verklaarde dat zij haar telefoon niet kon opnemen, omdat zij werd vastgehouden.
Verstandelijke beperking slachtoffer
De moeder van het slachtoffer verklaarde dat haar dochter een verstandelijke beperking heeft, een IQ van 46, zwak sociaal is en functioneert op het niveau van een 2- tot 3-jarige en autistisch is. Ook lag er een psychodiagnostisch onderzoeksverslag waarin dit beeld werd bevestigd. De rechtbank achtte de verklaring van de verdachte dat hij niets aan het slachtoffer had gemerkt onaannemelijk, mede omdat hij zelf verklaarde dat zij vrijwel uitsluitend met het woord “oké” communiceerde terwijl zij langdurig samen waren.
De rechtbank concludeerde dat de verdachte misbruik heeft gemaakt van het uit feitelijke verhoudingen voortvloeiende overwicht en dat hij het slachtoffer heeft gedwongen de seksuele handelingen te ondergaan.
Geen contactverbod
Het Openbaar Ministerie eiste zes jaar gevangenisstraf en daarnaast een contactverbod met het slachtoffer voor vijf jaar. De rechtbank legde de celstraf op, maar wees het contactverbod af. Volgens de rechtbank was dat niet noodzakelijk, mede omdat de verdachte een langdurige gevangenisstraf krijgt en er geen aanwijzingen waren dat hij vanuit detentie contact had gezocht of zou gaan zoeken.
Schadevergoeding en maatregel
Het slachtoffer had zich als benadeelde partij gevoegd en vorderde € 200 aan materiële schade (kleding) en € 10.000 aan immateriële schade (smartengeld), beide vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank wees de vordering volledig toe. In totaal moet de verdachte € 10.200 betalen, met wettelijke rente vanaf 4 mei 2025.
Ook legde de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel op, waardoor betaling via de Staat kan worden geïnd. Als niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast (maximaal 76 dagen), zonder dat de betalingsverplichting vervalt.
De tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de gevangenisstraf.



