Geplaatst op: donderdag 12 juni 2014

Zzp'er in het wegvervoer en de VAR

Enige tijd geleden heb ik voor deze rubriek een artikeltje geschreven over de eisen die vanuit de vervoerwetgeving worden gesteld aan een zelfstandig ondernemer in het wegvervoer, zeg maar de eigen rijder. De conclusie was dat een ondernemer in ieder geval over een NIWO vergunning moet beschikken. Zonder een eigen vergunning is er geen sprake van een zelfstandig ondernemer maar in feite een chauffeur.

Een chauffeur kan zich niet laten inhuren, maar moet op grond van de wet en CAO in dienst zijn van de werkgever of worden ingeleend via een erkend uitzendbureau of incidenteel via collegiale inleen. In dit artikel ga ik nader in op de eisen van de belastingdienst. De laatste weken bereiken mij steeds meer berichten dat de belastingdienst de controles onder zelfstandigen in het wegvervoer aan het opvoeren is.

De Verklaring Arbeidsrelatie

Iedere zelfstandig ondernemer in het wegvervoer moet over een VAR-verklaring beschikken. Is een VAR-verklaring WUO (winst uit onderneming) afgegeven, dan geeft dit de opdrachtgever (enige) zekerheid dat hij wordt gevrijwaard van de inhouding en afdracht van loonheffing. De opdrachtnemer is immers als zelfstandige gekwalificeerd en niet als werknemer. Toch is het vaak onduidelijk of de afgegeven VAR wel klopt. De belastingdienst controleert pas achteraf. Dit kan voor vervelende verrassingen zorgen.

Bruikleen

Nogal wat startende ondernemers in het wegvervoer verhuren zichzelf met vergunning als chauffeur aan hun vroegere werkgever. In veel gevallen maken ze daarbij gebruik van de vrachtwagen van hun opdrachtgever. Naar goed gebruik wordt daarvoor een bruikleenovereenkomst opgesteld.

De opdrachtnemer factureert per rit of per week. Alle kosten voor afschrijving, onderhoud, reparaties, verzekeringen, brandstof en andere uitgaven zoals tolgelden blijven voor rekening van de opdrachtgever. Zowel voor de opdrachtgever als opdrachtnemer biedt dit voordelen.

De opdrachtgever kan zijn wagenpark maximaal inzetten door gebruik te maken van een flexibele schil tegen veelal lagere kosten dan het inlenen van chauffeurs via uitzendbureaus. De opdrachtnemer houdt netto meer over en heeft een beperkt ondernemersrisico in geval van stilstand, onderhoud en reparaties. Alleen maar voordelen zou je zeggen, en bovendien voldoet dit aan de voorwaarden zoals door de NIWO zijn gesteld. Helaas denkt de belastingdienst hier anders over.

Eigen voertuig

De belastingdienst bepaalt aan de hand van een aantal criteria of er sprake is van een onderneming of zelfstandig beroep. In het geval van een VAR-WUO kijkt men eerst of er feitelijk sprake is van een onderneming. De rechtsvorm, bijvoorbeeld een eenmanszaak of B.V. is hierbij niet van belang. Waar het om gaat is dat voldoende komt vast te staan of er daadwerkelijk voor eigen rekening en risico een onderneming wordt gevoerd waaruit inkomen en winst wordt gegenereerd.

Om te bepalen of een zzp’er een echte ondernemer is lijken twee zaken doorslaggevend. Een eigen voertuig en het aantal opdrachtgevers! De fiscus neemt simpelweg het standpunt in dat de aanschaf of lease van een eigen vrachtauto een normale investering is die van ieder transportbedrijf dus ook van een eigen rijder kan worden verlangd. Met een eigen voertuig onderscheidt de opdrachtnemer zich wezenlijk van de chauffeur. Door het ontbreken van een eigen vrachtauto is er geen mogelijkheid is om zelfstandig omzet te genereren.

Meerdere opdrachtgevers

Een ander belangrijk criterium is het aantal opdrachtgevers Bij één vaste opdrachtgever wordt al snel aangenomen dat er sprake is van een verkapt dienstverband, ook al heeft deze een eigen Eurovergunning. In dat geval kan de belastingdienst de VAR intrekken en met terugwerkende kracht premies en loonbelasting gaat heffen. Daarnaast kan ook de verrekende omzetbelasting worden teruggevorderd.

Zoals het er nu voor staat zal de verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer vanaf volgend jaar veranderen. Ook de uitgifte van een VAR verklaring gaat ingrijpend veranderen. Opdrachtnemers wordt geadviseerd niet af te wachten maar alvast te zorgen voor meerdere opdrachtgevers en zichtbaar te maken dat ze ondernemersrisico’s lopen (bijvoorbeeld aansprakelijkheid en debiteurenrisico). De zzp’er zonder eigen auto doet er in ieder geval verstandig aan om eens met zijn bank te gaan praten en op zoek te gaan naar meerdere opdrachtgevers.

Voor meer informatie naar aanleiding van dit artikel kunt u contact opnemen met Mr René de Bondt, R.deBondt@Levenbach-Gerritsen.NL

« Terug naar overzicht

Rijverboden
Nieuwsbrief

Elke werkdag het laatste nieuws rond lunchtijd
in uw e-mail ontvangen?

Stuur mij de nieuwsbrief

Wilt u zich afmelden klik dan hier