Geplaatst op: donderdag 11 oktober 2012

Wie bepaalt, betaalt!

Regelmatig ontvangt de redactie van Transport Online vragen van chauffeurs over de arbeids- en rij- en rusttijdenwet. Een onderwerp dat de bedrijfstak, maar ook de politiek blijft bezighouden. Werkgeversorganisatie Transport en Logistiek Nederland luidde recent weer eens de noodklok over de onwerkbare regelingen en wil terug naar het oude rijtijdenbesluit.

Chauffeurs en ondernemers klagen met regelmaat over de strenge handhaving en soms torenhoge boetes. Een vraag die daardoorheen speelt is natuurlijk wie er verantwoordelijk is voor de naleving van de rij- en rusttijden en de boetes dient te betalen. Niet zelden krijgen werkgevers en chauffeurs het hierover met elkaar aan de stok.

Eerst even iets over de wetgeving. De rij- en rusttijden zijn vastgesteld met de Europese Verordening 561/2006 en het Arbeidstijdenbesluit Vervoer van 1 december 2006. Deze wetgeving regelt de rij- en rusttijden voor de meeste vrachtautochauffeurs én touringcarchauffeurs. In alle lidstaten van de Europese Unie gelden dezelfde voorschriften.

In Nederland controleert een groot aantal instanties op de naleving. Naast controles langs de weg vinden regelmatig bedrijfsinspecties plaats. Bij deze bedrijfsinspectie wordt een groot aantal ritdagen uit een aaneengesloten periode gecontroleerd. De boetes zijn dit jaar weer flink verhoogd en kunnen tot vele duizenden euro’s oplopen bij stelselmatige en meervoudige overtredingen. Wie is hier nu eigenlijk verantwoordelijk voor?

Het Arbeidstijdenbesluit-vervoer bepaalt dat de werkgever er voor verantwoordelijk is dat zijn chauffeurs zich aan de rij- en rusttijden houden. Als de rij- en rusttijden worden overtreden, dan is de werkgever in beginsel aansprakelijk voor de overtreding van de chauffeur. Om in termen van de wet te blijven; de werkgever is 'normadressaa'. De werkgever is namelijk degene onder wiens direct gezag de arbeid wordt verricht.

De werkgever is echter niet aansprakelijk als hij aantoont al het mogelijke te hebben gedaan om ervoor te zorgen dat conform de normen wordt gehandeld, (de zogenaamde BEMAMITOE bepaling). Dit is eigenlijk een uitwerking van de zorgplicht die op grond van artikel 7:661 van het Burgerlijk Wetboek op de werkgever rust. In de regelgeving is niet gespecificeerd hoe de werkgever dit kan aantonen. Of een werkgever voldoende heeft gedaan om zich te verontschuldigen (disculperen) hangt nu af van de concrete omstandigheden en feiten van het de specifieke situatie.

De eisen die daarin gesteld worden gaan in de praktijk erg ver en eisen naast het geven van instructies en middelen een permanent toezicht en overleg met de werknemer. Maar hiermee is de werkgever er nog niet. Naast het geven van instructies moet de werkgever de nodige controles uitoefenen. Bij overtredingen dient u waarschuwingen te geven of eventuele verdergaande maatregelen te treffen, zoals het geven van ontslag.

Uit de administratie zal ook moeten blijken dat chauffeurs bevestigen de maatregelen te hebben ontvangen, de bevelen te hebben begrepen, weten dat er door de werkgever toezicht wordt gehouden en er door werkgever passende maatregelen worden genomen bij overtreding van de rij- en rusttijden of het niet naleven van andere op de chauffeur gerichte uit de regelgeving voortvloeiende bepalingen. Het kopiëren van een checklist en een reglement en dit laten ondertekenen door de werknemers is dus duidelijk niet voldoende. Pas als de werkgever daadwerkelijk kan aantonen een daadwerkelijk rijtijdenbeleid te voeren in zijn onderneming lijkt de rechter geneigd de werkgever in het gelijk te stellen.

Auteur: Mr. René de Bondt van Vos & Vennoten Advocaten

 

« Terug naar overzicht

Rijverboden
Nieuwsbrief

Elke werkdag het laatste nieuws rond lunchtijd
in uw e-mail ontvangen?

Stuur mij de nieuwsbrief

Wilt u zich afmelden klik dan hier