Geplaatst op: Maandag 15 augustus 2016

Vervoerder ook aansprakelijk voor schade na aflevering

Zowel op grond van nationaal recht als de CMR heeft de wegvervoerder de verplichting om de goederen in dezelfde staat als waarin hij deze ontvangen heeft af te leveren. Na aflevering van de goederen is de vervoerder niet langer aansprakelijk. Maar wanneer zijn de goederen nu precies afgeleverd?

Anders dan vaak gedacht is het niet noodzakelijk dat de lading is gelost uit het voertuig. Er kan ook sprake zijn van aflevering terwijl de goederen zich nog in de vrachtwagen bevinden. Denk aan een oplegger die op het terrein van de ontvanger is afgekoppeld of de situatie waarbij deze tegen het dock staat met open deuren staat in afwachting van lossing.

Het moment van aflevering is dus bepalend voor de vraag wanneer de vervoerovereenkomst op houdt te bestaan en de aansprakelijkheid voor de vervoerder eindigt. In juridische zin is er pas sprake van aflevering indien de vervoerder met instemming van de geadresseerde de macht over de vervoerde zaken opgeeft en de geadresseerde in de gelegenheid stelt de feitelijke macht over te nemen. De instemming van de geadresseerde kan uiteraard blijken uit het ondertekenen van de vrachtbrief maar kan ook op andere wijze worden vastgesteld.

Mocht er nadien schade ontstaan dan is de vervoerder hier in beginsel niet meer voor aansprakelijk. Toch is de kous hiermee niet af, zo blijkt uit een recente uitspraak van het Hof Arnhem/Leeuwarden.[1]

In deze zaak ging het om schade aan een prototype van een geautomatiseerde inpak- en snijtafel die was ontstaan tijdens het lossen. Zoals bekend regelt de CMR niet wie er moet laden en lossen. Partijen dienen hier apart afspraken over te maken. In dit geval had de afzender de vervoerder de uitdrukkelijke instructie gegeven en dit ook op de vrachtbrief vermeld dat vanwege de waarde en kwetsbaarheid van de zending er een vertegenwoordiger van de afzender bij het lossen aanwezig moest zijn.

Zonder deze persoon mocht er niet gelost worden. Omdat deze persoon niet aanwezig was en volgens de chauffeur ook niet bereikt kon worden, begon de ontvanger de goederen te lossen waarbij de goederen beschadigd werden. De afzender stelde de vervoerder hiervoor aansprakelijk. Dit werd door de rechtbank toegewezen. De vervoerder was het hier niet mee eens en ging tegen deze uitspraak in beroep bij het gerechtshof.

De vervoerder stelde zich op het standpunt niet aansprakelijk te kunnen worden gesteld omdat de schade na de aflevering was ontstaan en de schade bovendien door (een medewerker) van de ontvanger was veroorzaakt en niet door de vervoerder.

Het Hof ging hier in hoger beroep niet in mee. Het Hof begint met te stellen dat de vervoerder onder de CMR in het algemeen niet verplicht is de lading te lossen en dat dit hier ook niet was afgesproken. Met het aanbieden van de lading aan de geadresseerde op de plaats van aflevering is de vervoerovereenkomst inderdaad geëindigd. Doordat de schade hierna pas is ontstaan is de vervoerder hiervoor op grond van de CMR niet aansprakelijk. Tot zover gaat het Hof dus mee met het verweer van de vervoerder.

Maar dit laat volgens het Hof onverlet dat de vervoerder voor deze schade ook aansprakelijk kan zijn indien is komen vast te staan dat de vervoerder op andere wijze is tekortgeschoten ten opzichte van de afzender. En dat is volgens het Hof in deze zaak het geval. Volgens het Hof is de vervoerder – door zich niet te houden aan de uitdrukkelijke aan haar gegeven instructie dat de lading in het bijzijn van een vertegenwoordiger van de afzender diende te worden gelost – inderdaad tekort geschoten en daarmee aansprakelijk voor de schade. Het feit dat de schade feitelijk niet is toegebracht door de vervoerder maar door een medewerker van de geadresseerde acht het Hof hier niet van belang. Het Hof beslist dan ook dat de vervoerder gehouden is alle schade – die in dit geval gelukkig nog mee viel – te vergoeden.

Conclusie

Deze uitspraak past in een trend dat de vervoerder naast zijn aansprakelijkheid onder de vervoerovereenkomst aanvullend aansprakelijk kan worden gesteld wegens het schenden van bijkomende verplichtingen.

Omdat de aansprakelijk niet wordt geregeld in de CMR kan de vervoerder zich ook niet beroepen op de eventuele uitsluitingen en beperkingen zoals deze in de CMR zijn geregeld. Dit kan er toe leiden dat de vervoerder in sommige gevallen onbeperkt aansprakelijk is.

Vervoerders wordt dan ook geadviseerd hun aansprakelijkheid uit te sluiten of te beperken voor werkzaamheden die niet strikt onder de feitelijke vervoerovereenkomst vallen en niet geregeld zijn door de wet of de CMR. Het beste is dit op te nemen in de algemene voorwaarden en deze bij iedere vervoerovereenkomst van toepassing te verklaren.

 

[1] Hof Arnhem/Leeuwarden, 21 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:5041

________________

Mr René de Bondt, De Haan Advocaten & Notarissen. Voor vragen naar aanleiding van dit artikel kunt u contact opnemen met R.deBondt@dehaanlaw.nl

Disclaimer. Hoewel aan dit artikel de grootste zorg is besteed kunnen hier geen rechten aan worden ontleend.

 

Rijverboden
Nieuwsbrief

Elke werkdag het laatste nieuws rond lunchtijd
in uw e-mail ontvangen?

Stuur mij de nieuwsbrief

Wilt u zich afmelden klik dan hier