Geplaatst op: dinsdag 3 maart 2015

Nog veel onduidelijkheid over het inlenen van buitenlandse chauffeurs

Het inlenen van buitenlandse chauffeurs door Nederlandse transportbedrijven heeft de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen. Bedrijven maken daarbij gebruik van verschillende constructies, zoals het oprichten van dochtervennootschappen of het inlenen van chauffeurs via in het buitenland gevestigde uitzendbureaus of payroll organisaties. Het doel is veelal gebruik te maken van goedkopere arbeidsvoorwaarden. In veel gevallen blijven de Nederlandse voorwaarden gewoon van toepassing.

Rechtskeuze

In principe zijn werkgever en werknemer binnen de Europese Unie vrij om te kiezen welk recht van toepassing is. Dit beginsel is vastgelegd in de zogenaamde Rome I Verordening van de Europese gemeenschap. Als er geen sprake is van een rechtskeuze zal aansluiting worden gezocht bij het rechtsstelsel van het land waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht.

Bij werknemers die op één locatie in een land werken is deze vraag eenvoudig te beantwoorden. Indien de buitenlandse werknemer uitsluitend of in overwegende mate in Nederland wordt ingezet is daarmee al snel het Nederlandse arbeidsrecht van toepassing. Op grond hiervan is het dus niet toegestaan om bijvoorbeeld een Bulgaarse werknemer langdurig in Nederland in te zetten tegen het Bulgaarse minimumloon.

In het internationale wegvervoer is dit complexer. De chauffeur verricht immers zijn werkzaamheden in verschillende landen. Om te bepalen welk recht en daarmee welke arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn wordt onder andere gekeken naar de nationaliteit van de werknemer, waar deze belastingplichtig is, welk sociaal verzekeringsstel van toepassing is, in welke taal de arbeidsovereenkomst is opgesteld en waar de betaling van het salaris plaatsvindt etcetera. Zolang bijvoorbeeld de Slowaakse werknemer zijn werkzaamheden niet permanent maar slechts tijdelijk in Nederland verricht hoeven de Nederlandse arbeidsvoorwaarden niet van toepassing te zijn.

Voor buitenlandse uitzendkrachten die tijdelijk in Nederland werkzaam zijn gelden echter aanvullende regels op grond van de Detacheringsrichtlijn. De Detacheringsrichtlijn is in Nederland overgenomen in de Wet Arbeidsvoorwaarden Grensoverschrijdende Arbeid, afgekort: 'WAGA'. Op grond van de WAGA zijn de kernbepalingen van algemeen verbindend verklaarde cao's ook van toepassing op in Nederland gedetacheerde werknemers.

De Cao-lonen van de CAO Goederenvervoer vallen hier dus ook onder. Daarvoor is wel vereist dat de feitelijke arbeid in Nederland wordt verricht. Dat betekent dus dat bij het inlenen van buitenlandse chauffeurs voor arbeid in Nederland, bijvoorbeeld via (al dan niet door Nederlandse bedrijven opgerichte) uitzendorganisaties in het buitenland, in beginsel conform de CAO moet worden betaald. In de rechtspraak is er een tendens te zien dat al snel wordt aangenomen dat er sprake is van een reële band met Nederland.

Van den Bosch/Silotrans

Deze problematiek kwam recent aan de orde in de zaak van Van den Bosch Transporten waarover Transport Online al veel geschreven heeft. Van den Bosch maakte via een Hongaarse dochteronderneming Silo Tank Kft gebruik van Hongaarse chauffeurs. De chauffeurs waren allemaal in dienst van de Hongaarse dochteronderneming en werden volgens Hongaarse standaarden beloond.

Volgens de chauffeurs was er sprake van een 'schijnconstructie' omdat de hele operatie, zoals de planning, orderverwerking, administratie van uit Nederland werd aangestuurd. Volgens de chauffeurs moest Van den Bosch als de feitelijke werkgever worden aangemerkt, waarmee de Nederlandse arbeidsvoorwaarden van toepassingen zouden zijn. De rechtbank ging hier echter niet in mee. Volgens de rechtbank ging het om een reële vestiging in Hongarije en dus geen brievenbusmaatschappij of een payroll constructie. Hiermee is volgens de rechtbank voldoende komen vast te staan dat de werknemers in dienst waren bij de Hongaarse werkgever. Omdat Van den Bosch niet als werkgever is aan te merken werden de vorderingen tegen Van den Bosch op zich zelf afgewezen.

Maar daarmee was de kous nog niet af. De rechtbank was namelijk van mening dat gezien de relatie tussen Silo Tank en Van den Bosch er sprake was van detachering in de zin van de Detacheringsrichtlijn. Op grond hiervan zijn volgens de rechtbank de Nederlandse arbeidsvoorwaarden van toepassing, ook al vindt het feitelijke transport zelf maar voor een gering deel op Nederlands grondgebied plaats. Hoewel er nog geen eindvonnis is in deze zaak is gewezen mag ervan worden uitgegaan dat Silo Tank Kft de chauffeurs op grond van de Nederlandse wet minimumloon en cao zal moeten gaan betalen.

Conclusie

Op overeenkomsten waarbij werknemers of uitzendkrachten over de landsgrenzen tewerk worden gesteld kunnen meerdere rechtsstelsels van toepassing zijn. Dat is ook het geval indien de buitenlandse uitzendonderneming en de uitzendkracht in hun overeenkomst een bepaalde rechtskeuze hebben gemaakt. Deze rechtskeuze voorkomt niet dat de dwingendrechtelijke bepalingen van het land waar de feitelijke werkzaamheden plaatsvinden op de arbeidsverhouding van toepassing kunnen zijn. Voor internationale uitzendkrachten gelden nog aanvullende regels in de vorm van de Detacheringsrichtlijn en de Wet arbeidsvoorwaarden grensoverschrijdende arbeid.

Uit de voorlopige uitspraak van Van den Bosch Transporten is op te maken dat al snel wordt aangenomen dat de arbeid in een bepaald land wordt uitgevoerd waarmee de minimum arbeidsvoorwaarden van dat land van toepassing worden.

René de Bondt, Levenbach&Gerritsen Advocaten Schiphol-Rijk.

Hoewel aan de totstandkoming van dit artikel de grootste zorg is besteed kunnen hier geen rechten aan worden ontleend. Voor meer informatie of advies over dit onderwerp kunt u contact opnemen met R.deBondt@Levenbach-Gerritsen.NL

 

 

« Terug naar overzicht

Rijverboden
Nieuwsbrief

Elke werkdag het laatste nieuws rond lunchtijd
in uw e-mail ontvangen?

Stuur mij de nieuwsbrief

Wilt u zich afmelden klik dan hier