Geplaatst op: woensdag 9 oktober 2013

De zzp'er in het wegvervoer: ondernemer of chauffeur

Mede naar aanleiding van recente berichten over de inzet van (schijn)zelfstandigen in het vervoer leek het me goed te proberen de regels voor zzp-ers op een rijtje te zetten. De praktijk leert dat er steeds nieuwe constructies worden bedacht waarvan echter twijfelachtig is of deze aan de wettelijke eisen voldoen.

De laatste jaren is het aantal zzp-ers of eigen rijders – onder druk van de economische omstandigheden en al of niet gedwongen door hun voormalige werkgever - enorm toegenomen. Wat onderscheidt de zzp-er nu eigenlijk van een gewone werknemer?

Het belangrijkste juridische verschil is het ontbreken van een gezagsverhouding. Het bestaan van een gezagsverhouding is bepalend voor de relatie tussen werkgever en werknemer. Deze relatie wordt in de wet beheerst door het arbeidsrecht. Een zzp’er sluit geen arbeidsovereenkomst maar verricht zijn diensten als zelfstandige. Er ontstaat daarmee een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie. Hiermee ontbreekt het de zzp’er aan bescherming op het gebied van beloning, arbeidsvoorwaarden en ontslag. Daartegenover staat een vaak hogere beloning en zelfstandigheid. Wat zijn nu de regels voor zzp’ers in het wegvervoer.

Eigen rijders
De inzet van zzp-ers of eigen rijders in het goederenvervoer is, hoewel sommige partijen dit graag anders zouden willen, nog steeds aan strikte regels gebonden. De wetgeving, in dit geval de WWG, de wet wegvervoer goederen met haar uitvoeringsbesluiten en beleidsregels is daar helder over.

De zzp-er moet naast een geldig rijbewijs en chauffeursdiploma, ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel en verder beschikken over een VAR-verklaring, een eigen euro-vergunning en eigen voertuig. Met name de laatste twee eisen vormen een stevige belemmering voor de toegang tot het beroep van vervoerondernemer.

De VAR-verklaring (VAR = verklaring arbeidsrelatie) moet bij de belastingdienst worden aangevraagd. Het doel van deze verklaring is om zowel voor de ondernemer zelf als voor diens opdrachtgever vooraf relatieve zekerheid te verkrijgen over de vraag of het inkomen uit een arbeidsrelatie of als belastbare winst uit onderneming wordt aangemerkt. De belastingdienst kijkt bij het verlenen van een dergelijke verklaring naar de gegevens van de NIWO. Anders dan in andere sectoren mag een eigen rijder voor één opdrachtgever rijden.

De eurovergunning wordt afgegeven door de NIWO. Bij de aanvraag voor verlening of verlenging van een eurovergunning onderzoekt de NIWO of de aanvrager voldoet aan de eisen van een werkelijke en duurzame vestiging, betrouwbaarheid, financiële draagkracht en vakbekwaamheid.

De NIWO verbindt aan de afgifte van een eurovergunning de eis van reële vestiging. Het beheer en de exploitatie van de onderneming moeten geschieden vanuit de vestiging in Nederland. Dit is in ieder geval een vestiging met ruimte(n) waarin de documenten inzake de hoofdactiviteiten worden bewaard, met name de boekhoudkundige bescheiden, documenten inzake personeelsbeleid en gegevens over de rij- en rusttijden. De NIWO kan bij twijfel om bewijzen vragen waaruit blijkt dat aan de eis van een duurzame en permanente vestiging wordt voldaan. In de praktijk levert dit voor een zelfstandige ondernemer die in Nederland gevestigd is geen problemen op.

De bestuurder/eigenaar van een onderneming moet in het bezit zijn van een erkend vakdiploma beroepsgoederenvervoer. Deze vervoersmanager moet werkelijk en permanente leiding geven aan de vervoersactiviteiten van de onderneming. Als er sprake is van meerdere bestuurders/eigenaren is de bestuurder/eigenaar die vanuit de vestigingsplaats permanent en daadwerkelijk leiding geeft, degene die aan de vakbekwaamheidseis moet voldoen.

Er zijn dus beperkte mogelijkheden om gebruik te maken van de vakbekwaamheid van een ander mits deze bestuurder nauw gelieerd is aan de onderneming. Bij eigen rijders met een eenmanszaak staat de NIWO meestal wel toe dat de vakbekwaamheid wordt ingebracht door een procuratiehouder (externe vervoersmanager), mits deze procuratiehouder permanent en daadwerkelijk leiding geeft aan de vervoersactiviteiten.

De vervoerder dient ter voldoening aan de eis van financiële draagkracht te beschikken over kapitaal en reserves van € 9.000,– voor de eerste vrachtauto en € 5.000,– voor iedere volgende vrachtauto. Als kapitaal en reserves worden aangemerkt het beschikbaar risicodragend eigen vermogen en/of een bankgarantie. De aanschaf van een eigen trekker of vrachtauto vraagt uiteraard een forse investering.

De vrachtauto hoeft niet gekocht te zijn maar mag uiteraard ook worden geleased of gehuurd of zelfs in bruikleen zijn gegeven door de opdrachtgever. Maar dit moet wel schriftelijk worden aangetoond. Bij de huidige stand van de wetgeving is het dus mogelijk om gebruik te maken van een vrachtauto van de opdrachtgever en als zzp-er vervoer te verrichten.

Een nieuw fenomeen is dat chauffeurs zich met een eigen truck verhuren aan hun werkgever. Hierbij zijn de chauffeurs weliswaar in dienst maar wordt een deel van het ondernemersrisico afgewend op de werknemer. Volgens de Inspectie leefomgeving en transport is dit verboden omdat de chauffeurs niet over een eigen vergunning beschikken. De rechter moet hier overigens nog nader uitspraak over doen.

De mogelijkheid om via buitenlandse routes gebruik te maken van zelfstandigen laat ik hier onbesproken. Omdat er in de Europese Unie sprake is van vrije vestiging en een vrij verkeer van diensten en werknemers opent een toenemend aantal ondernemingen een dochteronderneming in het buitenland en dan vooral in Oost Europa. Op zich is hier niets mis mee, mits er geen sprake is van een schijnconstructie met als enige doel het ontwijken van de regels voor de markttoegang, de arbeidsbeloning en sociale premies.

In een aantal recente gevallen heeft de rechter hier uitspraak over gedaan. Over het algemeen stelt de rechter als eis dat er sprake moet zijn van een feitelijke onderneming, dus niet een postbusfirma terwijl de hele aansturing, zoals de planning, onderhoud en administratie vanuit Nederland plaatst vindt.

Conclusie
Een zzp-er in het goederenvervoer wordt terecht aangemerkt als zelfstandig ondernemer. Een zzp'er kan (vooralsnog) geen beroep doen op de eurovergunning van het inhurende bedrijf. Wel zijn samenwerkingsvormen denkbaar waarbij gebruik wordt gemaakt van de externe vakbekwaamheid. De eisen die aan een eigen truck worden gesteld zijn door de vele financieringsmogelijkheden veel ruimer.

Voor meer informatie naar aanleiding van dit artikel kunt u contact opnemen met Mr René de Bondt, rene.debondt@vvadvocaten.nl

« Terug naar overzicht

Rijverboden
Nieuwsbrief

Elke werkdag het laatste nieuws rond lunchtijd
in uw e-mail ontvangen?

Stuur mij de nieuwsbrief

Wilt u zich afmelden klik dan hier